Moses Hess, Rom und Jerusalem.

Het volgende schreef ik over de gebeurtenissen in Damascus [waar naar aanleiding van de verdwijning van een pater onder de joodse bevolking velen werden gearresteerd; een waar bloedbad volgde. Toevoeging MK.] De wijze waarop men deze Jodenvervolging in Europa en zelfs in het verlichte Duitsland opvat, moet een keerpunt in het Jodendom doen ontstaan. Zij toont maar al te duidelijk, hoe, ondanks alle ontwikkeling van de Westerse Joden, tussen hen en de Europese volken nog altijd een even grote scheidsmuur bestaat als in de tijd van het meest bedroevende godsdienstige fanatisme. Onze stamgenoten die uit emancipatie-overwegingen zich zelf en anderen graag aanpraatten dat de moderne Joden helemaal geen nationaal gevoel meer bezitten, weten werkelijkniet meer hoe zij het hebben. De goede mensen begrijpen niet hoe het mogelijk is dat men in Europa in de 19e eeuw ook zelfs maar een ogenblik geloof kon schenken aan een middeleeuws sprookje, dat helaas onze gepijnigde voorouders onder de naam "manserbilbul" genoeg bekend was. De ongebreidelde haat tegen de Joden is voor onze ontwikkelde Duitse Joden steeds een raadsel gebleven. Was niet sinds Mendelssohn volledig het streven van de Duitse Joden daarop gericht Duits te zijn, Duits te denken en te voelen? Hebben zij niet geprobeerd om elke herinnering aan hun klassieke nationaliteit uit te wissen? Deden zij niet mee met de "bevrijdingsoorlog"? Dweepten zij soms niet met Duitsland en haatten zij de Fransen niet? Zongen zij nog niet gisteren met Nicolaas Becker: "Zij zullen haar niet hebben, de Duitse vrije Rijn"? (...) Zolang elke Jood elke vervolging en iedere vernedering verdroeg als een straf van God in het vertrouwen op het herstel van zijn natie, kon zijn trots niet gekwetst worden. Zijn enige roeping was voor zichzelf en zijn stam een toekomst te verwerven, die zijn natie voor al het geleden onrecht, voor elke krenking wreken en voor zijn trouw belonen zou. Dit geloof en deze hoop hebben onze verlichte Joden echter niet meer. (...) Wat helpt hen de emancipatie, wat maakt het uit, wanneer ook hier en daar een Jood lid van de gemeenteraad wordt of ook volksvertegenwoordiger, ja zelfs minister, zolang er een smet rust op de naam Jood? Een smet, die elke arrogante knaap, elke onbekende journalist, iedere domme jongen met succes kan uitbuiten? De Europese volken hebben het bestaan van de Joden in hun midden altijd beschouwd als een onrechtmatigheid. Onder deze volken zullen wij steeds vreemden blijven.Zij zullen ons uit humanitaire overwegingen en rechtsgevoel wel emanciperen. Maar nooit zullen zij ons waarderen zolang wij het ubi bene, ibi patria (waar het goed is, daar is ons vaderland) als geloofsdogma op de eerste plaats stellen met achterstelling van onze eigen grote nationale herinneringen (...)