"Hare Hoogheid gehoord hebbend wat er wordt gevraagd en verzocht door de inhoud
van dit verzoekschrift, is wel besloten iemand naar Z.M. te zenden om het hem voor te
leggen en voor Haar alle goede diensten te doen, die Hare Hoogheid zal menen te kunnen
dienen om Zijne genoemde Majesteit er toe te
disponeren en te brengen om in te willigen het verzoekschrift van de smekelingen die op
niets anders moeten hopen. [...]
Hare Hoogheid zal bevel geven, dat zowel door de inquisiteurs, op plaatsen, waar die tot
nu toe al zijn, als door de rechters met discretie en matiging zal worden opgetreden,
zodat niemand reden heeft zich erover te beklagen. Hare Hoogheid verwacht ook van de
smekelingen, dat zij zich zodanig zullen gedragen, dat zij niet tot andere maatregelen
gedwongen wordt. En men kan goede hoop hebben, dat door de goede diensten van Hare
Hoogheid Z.M. ertoe gebracht zal kunnen worden om ook de gebieden, waar nu inquisitie is,
hiervan vrij te stellen. De koning heeft zich immers hierover al uitgesproken naar
aanleiding van het verzoek van de voornaamste steden van Brabant, dat zij niet met de
inquisitie zullen worden belast. Hare Hoogheid zal des te vrijmoediger stappen ondernemen
bij Z.M. om het bovengenoemde doel te bereiken, omdat ze het voor zeker houdt, dat de
smekelingen niet van plan zijn om iets te vernieuwen op het punt van de oude godsdienst,
die in deze landen wordt beleden, maar dat ze deze zullen handhaven en bewaren met al hun
macht."
