Ferdinand Alvarez de ToledoZeer lang is Ferdinand Alvarez de Toledo, hertog van Alva, in onze geschiedenis de nationale boeman geweest, de bloedhond, de man van ijzer en bloed, die zijn taak goed heeft volbracht. Deze mening heeft echter afgedaan. Alva was een uitstekend veldheer en zijn leger was het best geoefende en meest gedisciplineerde leger van Europa. Hij was een trouw dienaar van Filips II en een goed katholiek. Tevens was hij een overtuigd voorstander van de absolute vorstelijke macht. In hart en nieren was hij militair, die gehoorzaamheid en tucht eiste; hij was geen ruwe vechtjas, maar een beschaafd edelman. Alva was geen wreedaard, die de pijnbank liet knarsen en de brandstapel liet roken omdat hij dat prettig vond, maar omdat hij meende dat het zijn plicht was tegenover de koning en de kerk om zo te handelen. Zijn grote fout was, dat hij meende een land te kunnen regeren zoals hij een leger drilde, namelijk met geweld en niet met verstandig beleid. Duidelijk blijkt dit laatste uit de oprichting van de 'Raad van Beroerten' of zoals de volksmond het noemde: 'de Bloedraad'. Alva zelf was voorzitter van deze rechtbank, die verder bestond uit twee Spanjaarden en tien Nederlanders. Van hen maakte de Vlaming Hessels zich het meeste berucht. Hij sliep gewoonlijk tijdens de rechtzittingen, maar uit zijn slaap gewekt om zijn vonnis uit te spreken, riep hij telkens uit: 'Ad patibulum' ('Naar de galg'). De haat tegen Alva blijkt duidelijk uit de karikaturen en geuzenliederen, zoals het 'Gentsch Vader-Onze', waarin Alva als de 'helsche duvel' wordt voorgesteld. Uit: Ceulaert, A.B., O Feitsma, Kleio voor VWO en HAVO. Geschiedenis voor de 2e klas havo en vwo en voor de verlengde brugklas van ca. 1500-1914. Zeist, 1979. p. 78
|