Karel V

Na Filips van Bourgondië ... werd Karel de eerste soeverein met een nauwelijks bestreden prestige. Aanvankelijk liet zich dat niet voorspellen, want de jongen leek verre van intelligent en maakte met zijn als een wijwaterbakje vooruitstekende kin, zijn bijna doorlopend openhangende mond, de lege blik van zijn uitpuilende ogen in een bleek gezicht een onaantrekkelijke, bijna wezenloze indruk, die in velen onmiddellijk de gedachte aan zijn zwakzinnige moeder moet hebben opgeroepen. Hij wás ook maar zwak begaafd naar geest en lichaam, leerde in zijn jeugd langzaam, sprak lispelend en moeilijk, beheerste alleen de Franse taal behoorlijk, had enige schamele kennis van het Latijn, kende van het Nederlands zoveel, dat hij het kon verstaan en er gebrekkig een paar zinnen in kon zeggen, en verstond van het Duits, het Italiaans en het Spaans - de talen van zijn andere landen - bijna niets. Maar hij bezat de wijsheid die boven intelligentie uitgaat, een plichtsbesef dat hem nooit enige taak deed afwijzen, en tenslotte dat wonderlijke geloof in zichzelf waarmee hij zich boven alle kritiek verheven wist en waardoor hij te allen tijde de rust en het evenwicht behield. Zo slaagde deze weinig begaafde en onbevallige vorst erin vooraan te zijn en te blijven onder de krijgslieden en de diplomaten van zijn tijd, te excelleren onder tallozen van veel groter begaafdheid. Nooit heeft deze monarch het bewustzijn verlaten dat hij de eerste van alle schepselen op aarde was, dat niemand boven hem was dan God alleen.

Uit: Rogier, L., Eenheid en scheiding. Geschiedenis der Nederlanden 1477-1813. Utrecht/Antwerpen, 1952, 1980.


terug