De onderhandelingen met Don Juan na de sluiting van de Pacificatie van Gent,  januari 1577

Don Juan wenste voor alles Oranje te winnen, maar deze toonde zich ongenegen, om te onderhandelen. Integendeel begreep de prins, dat een verzoening van Holland en Zeeland met Spanje onmogelijk was. Hij vreesde alles van een overeenkomst zijner nieuwe bondgenoten met de landvoogd, trachtte hun wantrouwen op te wekken en raadde hun aan, zich van Don Jan te verzekeren.

De Spaanse furie, zo noodlottig voor Brabant en Vlaanderen, schonk Holland en Zeeland verademing. De steden, die nog in de macht der Spanjaarden waren, gingen voor en na, gedwongen of vrijwillig, tot de prins over, ook Utrecht in 1577; Amsterdam eerst in 't volgende jaar. Zij bedongen satisfactie (enige voorwaarden, waaronder vrijheid van openbare eredienst voor de katholieken), doch nergens hield men zich daaraan.

Don Juan was genoodzaakt alles toe te geven; alleen over de aftocht der troepen werd lang onderhandeld. Hij had het avontuurlijke plan opgevat, naar Engeland over te steken, Elisabeth te onttronen en Maria Stuart tot koningin te verheffen. Daarom wilde hij de Spanjaarden over zee doen vertrekken, maar de Staten, die een aanval op Zeeland duchtten, weigerden hierin toe te geven.

Uit: Vos, J. M., Van Oude Tijden tot heden. Geschiedenis van ons Vaderland. Groningen, 1920. p. 75


terug