"Majesteit,
Het vonnis, dat Uwe Majesteit geliefde over mij te vellen heb ik deze nacht vernomen. Ik heb daartegen niets dan geduld om te dragen wat de goede God mij toezendt.
Toch is het zo, dat ik nooit iets gedaan of gedacht heb, dat Uw Koninklijk persoon, zijn dienst of het oud algemeen geloof heeft aangetast. Indien iets van mijn doen of laten gedurende de beroerten andere schijn heeft gehad, dan is het door de nood des tijds en buiten ontrouw of kwaadwilligheid gebeurd.
Daarom vraag ik Uwe Majesteit om vergiffenis indien ik U ergens vertoornd heb. Ik bid U omwille van mijn andere diensten zich over mijn bedroefde gemalin, onnozele kinderkens en arme dienaren te ontfermen. Aangezien dit het laatste verzoek is, dat ik tot U richt, hoop ik, dat mij dit niet zal worden geweigerd."