"In andere deelen des lands werd de omwenteling over het geheel betrekkelijk rustig tot stand gebragt. Zelfs trekken van edelmoedigheid waren niet zeldzaam. De Burgemeester van Gouda, lang de buigzame handlanger van Alva en den Bloedraad, zocht bij het uitbarsten van den opstand in die stad zijn leven door de vlugt te redden. Hij vlood in het huis van zekere weduwe en smeekte om eene schuilplaats. De vrouw bragt hem in een afgeschoten kamertje, dat voor kelder diende. 'Zal ik hier veilig zijn ?', vroeg de vlugteling. 'Ho ja, Heer Burgemeester', antwoordde de weduwe; 'in diezelfde plaats lag mijn man verborgen, toen gij met geregtsdienaars huiszoeking deedt, opdat ge hem om de godsdienst op het schavot mogt brengen. Treed maar gerust binnen, Heer, ik wil voor uwe veiligheid borg staan.' Zoo trouw beschermde de nederige weduwe van een vervolgden Hervormde het leven van den man, die haar huiselijk geluk had gepoogd te verwoesten.'