Gewestelijke Staten

Sinds 1200 was dit een bijeenkomst van de vertegenwoordigers van de standen die de vorst adviseerden. In sommige gewesten nam de invloed van de Staten steeds meer toe vooral op het gebied van wetgeving en belastingheffing. Nadat in 1581 de soevereiniteit van Filips II was weggevallen, namen de Staten de eigenlijke regering van het gewest over.
In ieder gewest was de samenstelling der Staten anders geregeld gebaseerd op de historische ontwikkeling. In het gewest Holland waren 18 steden vertegenwoordigd die ieder een stem uitbrachten. De ridderschap (de edelen) bracht slechts één stem uit. De raadpensionaris was hun woordvoerder. Uit de gewesten werden de gewestelijke vertegenwoordigers in de Staten Generaal gekozen, die ruggespraak moesten houden met de Gewestelijke Staten. Bovendien kozen de Gewestelijke Staten het college van Gecommitteerde Raden, dat de lopende zaken afdeed en dus fungeerde als dagelijks bestuur.

uit: Leber, W.J., Historische begrippen. Groningen, 1975, p. 108