Willem van Oranje schrijft Margaretha van Parma (1566)

Mevrouw,

Ik heb de brieven (de brieven van de koning verzonden uit het koninklijk jachtslot bij Segovia) ontvangen, waarin aan mij en de leden van mijn stadhouderlijke raad de bedoeling van Zijne Majesteit wordt uiteengezet over drie punten ... .

En hoewel ik, mevrouw, niet om advies gevraagd ben in een zaak van zo groot belang, heb ik, als getrouw dienaar en vazal van Zijne Majesteit, toch niet kunnen nalaten er eerlijk en ronduit mijn mening over te zeggen. Want ik wil liever de kans lopen dat mijn waarschuwingen mij op dit ogenblik kwalijk genomen worden, dan dat ik -na de opschudding en verslagenheid in het land- door mijn medeplichtigheid en zwijgen bekend zou staan als een zorgeloos bestuurder. ...

Wat het tweede punt betreft, waar bevolen wordt dat de stadhouders, gemeentelijke ambtenaren en andere overheidspersonen met alle macht de inquisitierechters moeten helpen en het gezag handhaven... . Uwe Genade kan zich herinneren dat de klachten en het verzet die overal in deze gewesten gerezen zijn tegen het instellen van de bisdommen, alleen zijn voortgekomen uit de vrees, dat men onder dit voorwendsel zou trachten een vorm van inquisitie in te voeren. Zo afschuwwekkend en onaangenaam is niet alleen de praktijk ervan, maar ook de naam....

Wat het derde punt betreft, waar Zijne Majesteit uitdrukkelijk beveelt, dat de plakkaten - die zowel door de keizer als door Zijne Majesteit zijn uitgevaardigd - tot in alle punten en artikelen met grote gestrengheid en zonder enige uitzondering zullen worden uitgevoerd. Ook dit punt, mevrouw, schijnt mij zeer hard toe. Te meer omdat die plakkaten talrijk en verschillend zijn. Terwijl ze voorheen soms in beperkt getal en niet met strengheid werden nageleefd, zelfs in de tijd toen de algemene ellende niet zo bitter was als thans en ons volk niet in die mate op aansporing en door de kwade praktijken van onze naburen naar veranderingen haakte. ...

Ik kan me niet voorstellen, mevrouw, dat Zijne Majesteit hiermee iets anders zou kunnen bereiken dan zichzelf in moeilijkheden en het land in beroering te brengen en de liefde van zijn goede onderdanen te verliezen. Want op deze manier zou hij ieder argwanend maken dat hij anders zal gaan optreden dan hij beloofd en tot nu toe gedaan heeft. En daardoor zou hij het gevaar lopen dat alle welvaart in handen van onze naburen komt; dit zowel vanwege de lieden die het land zullen verlaten, als om het weinige vertrouwen dat hij van degene die hier blijven zal genieten. En dit alles zonder nut voor het herstel van de godsdienst. ...

Ook schijnen de tijden mij, als ik het wel heb, weinig gunstig om de gemoederen van het volk te prikkelen, het volk dat reeds sterk in gisting is door de duurte van het graan.

Naar mijn mening zou het beter zijn alles uit te stellen en geen beslissing te nemen tot de komst van Zijne Majesteit ...

Want in geval van beroering zou zijn tegenwoordigheid het beste redmiddel zijn. Indien echter Zijne Majesteit en Uwe Genade bij hun mening volharden en wensen dat men, van nu af, genoemde punten in alle opzichten navolgt, dan zou ik - in geval Zijne Majesteit niet van uitstel tot zijn komst wil weten en blijft vasthouden aan de onmiddellijke instelling en toepassing van de inquisitie- er de voorkeur aangeven, dat hij iemand anders in mijn plaats benoemt die de stemming van het volk beter begrijpt en bekwamer is dan ik om het in rust en vrede te houden. ...

En ik kan Zijne Majesteit en Uwe Genade wel de verzekering geven, dat ik dit niet zeg omdat ik hun bevelen niet wil opvolgen, of anders dan als een goed christen wens te leven. ...

Moge het Uwe Genade behagen dit, overeenkomstig haar zeer grote en steeds getoonde wijsheid, in aanmerking te nemen en deze mijn tegenwerpingen niet euvel te duiden, daar zij komen van hem die spreekt uit vurige ijver en toewijding die hij gevoelt voor de dienst van Zijne Majesteit, en die wenst alle moeilijkheden uit de weg te ruimen. Hiervoor roep ik God ten getuige. Hem tevens smekend, mevrouw - na mij zeer eerbiedig in de goede gezindheid van Uwe Genade te hebben aanbevolen - U in gezondheid een lang en gelukkig leven te schenken.

 

Van Uwe Genade de zeer nederige dienaar, Willem van Nassau

 

terug