Over het verband tussen pauperisme en oorlogen

Het pauperisme werd verergerd door de verwoestende oorlogen, die steden en dorpen in de as legden en de bewoners als bedelaars de straat opdreven. Na elke vrede echter werd het leger vagebonden door dat der afgedankte soldaten vergroot. De lichamelijk nog niet al te sterk gedegenereerde proletariër had in tijd van oorlog de mogelijkheid, zich in plaats van zich door de industrie te laten uitbuiten, als kanonnevlees te verhuren; echter werd daarbij aan bewoners van landelijke streken de voorkeur gegeven. Was de oorlog voorbij, dan werden de legers - zonder dat men zich verder om de soldaten bekommerde - afgedankt. 'De soldaat, die eens de wapens heeft gedragen, keert zelden naar de ploeg terug', schrijft P. Bayen. Deze afgedankte soldaten trokken 'gaardend' door het land, bedelend en rovend. Zo werd tevens de massa doortrokken van elementen, die geoefend waren in de wapenhandel, hetgeen bij opstanden van belang mocht heten, gelijk reeds tegen het eind van 1566 zou blijken. En wat bleef er voor een massa, die noch over politieke rechten noch over economische strijdmiddelen beschikte, anders over dan overal waar zij daartoe een mogelijkheid zag, tot oproer over te gaan, - zulks in de vage hoop, dat ook haar door een algemene omwenteling der dingen een beter lot ten deel zou vallen?

terug