Dit adviescollege werd in 1531 door Karel V ingesteld. De
leden van de hoge adel en geestelijkheid hadden hierin zitting. Ook Willem van Oranje en Egmont waren lid van dit college.
Het adviserende karakter van de raad bleek als snel een wassen neus en het lidmaatschap
moet dan ook gezien worden als een erebaantje. Immers de vorst of de landvoogd was niet
gehouden de adviezen van de leden van de raad op te volgen. Het is dan ook begrijpelijk
dat de hoge adel niet erg tevreden was over deze toestand. Bij de dood van Requesens in
1576 was er geen landvoogd. De Raad van State nam toen tijdelijk het hoogste gezag op
zich, maar kon door de troebelen niet optreden. De Staten Generaal werden bijeengeroepen
op initiatief van de Staten van Brabant en met
goedkeuring van de de Raad van State, die hiermee alle gezag verloor.
Na de dood van Willem van Oranje werd opnieuw een Raad van State het centrale
gezagsorgaan, maar al spoedig werd deze instelling overvleugeld door de Staten Generaal,
waarin de invloed van de gewesten veel groter was.