Stadhouder

Oorspronkelijk de plaatsvervanger van de vorst in een bepaalde landstreek. In de Nederlanden vertegenwoordigde de stadhouder zijn vorst in een gewest. Tijdens de regering van Karel V en Filips II waren de stadnhouders belangrijke lieden temeer omdat Karel V en Filips II meestentijds buiten de Nederlanden verbleven. Filips II liet zich na 1559 al helemaal niet meer in de Nederlanden zien. Na het Plakkaat van Verlatinge werd de stadhouder de dienaar van de Gewestelijke Staten, met name belast met het militair gezag.

uit: Leber, W.J., Historische begrippen. Groningen, 1975, p. 274

terug