Reactie van de Staten van Holland op de moord op Willem van Oranje (uit de notulen 1584)

"10 juli

Na de middag omstreeks twee uur is Zijne Excellentie van tafel komend op de eerste nieuwe trap in zijn woning in Delft door een moordenaar, Balthasar Gerardts genoemd, doodgeschoten met een pistool geladen met drie kogels. Zijne Excellentie is volgens nader onderzoek terstond overleden na alleen nog gezegd te hebben 'Mon Dieu, mon Dieu, ayez piti de moi et de ton pauvre peuple.' (Mijn God, Mijn God, heb medelijden met mij en met Uw arme volk).

11 juli na de lunch

Er is besloten, dat geen afgevaardigden naar Antwerpen gestuurd zullen worden, maar dat hen en ook de Staten van Brabant [...] het volgende bericht van bovengenoemd feit gegeven zal worden. 'Wij moeten U Edele bij deze berichten over het betreurenswaardige en lafhartige feit, dat heden na de middag omstreeks twee uur aan de persoon van Zijne Excellentie is begaan. Toen Zijne Excellentie van tafel kwam is hij met een kort pistool geladen met drie kogels doodgeschoten door een jonge man Balthasar Gerardts genoemd (hij is meteen na zijn daad gevangen genomen) [...] Hij bekende zijn daad gedaan te hebben voor de koning van Spanje en dat hij deze zaak eerst met een jezuet in Trier en met een minnebroeder in Doornik, Gery genoemd, besproken had. ook had hij aan de prins van Parma geschreven [...], deze had hem naar zijn raadsheer verwezen [...]

Hoewel dit ongetwijfeld een groot verlies is voor het land - waarover wij allen zeer bedroefd zijn - toch hebben wij de moed om het algemeen belang te beschermen en niet te verslappen. Maar des te meer ... al die rechtvaardige zaken die wij tot nu toe met hulp van Zijne Excellentie zo voortreffelijk tot nut van ons allen, ter verdediging van onze vrijheden en privileges hebben voorgestaan, te beschermen en met Gods hulp tot een goed einde te brengen. [...] ook buitenlandse vorsten zullen ons hierbij steunen.

Wij hebben daarom het vaste vertrouwen dat [...] niemand zich zal laten verleiden met de Unie te breken [...] waarin wij ons allen verplicht hebben elkaar met alle middelen bij te staan. Hiermede, enz."

terug