Vereerde, wijze heren en bestuurders van de stad Brouwershaven. Wij delen u mee dat wij morgenvroeg met onze schepen bij u willen komen en maken u bekend dat wij er niet op uit zijn bestuurders of burgers ook maar de geringste schade te berokkenen. Wij willen de afgoderij vernietigen die ons noodzaakte onze bezittingen te verlaten; wij zoeken Papen, monniken en andere roomse misdadigers. Wij beloven dat wij mensen die de stad willen verlaten geen haar zullen krenken, maar hen veeleer geleide geven of willen helpen. Mocht U echter tegenstand bieden dan zullen wij u gevangen nemen en alles wat zich binnen ons bereik bevindt in brand steken.
Willem van Treslong,
kapitein van de Prins van Oranje.