Op 10 augustus 1566 liep een van de vele openlucht-preken - zgnde. hagepreken - uit op de vernieling van beelden in het Sint-Laurentiusklooster bij Steenvoorde. De dienstdoende predikant, Sebastiaan Matte (what's in a name...) had die dag een zeer felle preek gehouden voor de bewoners van het industriegebied van West-Vlaanderen.
Na het stukslaan van deze kloosterbeelden, kwam de beweging pas goed op gang. Naar andere delen van Vlaanderen, Artesië en Brabant verplaatste de storm zich, vaak vooraf gegaan door predikaties van mensen als Sebastiaan Matte. Het Tweede Gebod: "Gij zult geen gesneden beeld maken" zal zeker niet onvermeld zijn gebleven.
Met kleine groepen trok men door het land, alles wat men aan religieuze kunst tegen kwam kort en kleinslaand. De steden Antwerpen (20 augustus) en Gent (22 augustus) bleven niet gespaard. Maar alleen steden waar de magistraat zwak was, of waar een deel van de magistraat al bekeerd was, kwam het tot beeldenstormen. Naarmate de Beeldenstorm voortduurt neemt haar kracht, zoals een storm betaamt, af. In de noordelijke gewesten is de storm al bijna geheel uitgewoed. In september is de bui uiteindelijk overgedreven.
Uit: Groenveld, S. e.a., De Tachtigjarige Oorlog 1. De kogel door de kerk? De opstand in de Nederlanden 1559-1609. Utrecht 1991, p. 95.