De val van Antwerpen, 1585

Antwerpen groeide in de 16de eeuw uit tot de grootste waren- en geldmarkt van de Westerse wereld. De bevolking groeide in een halve eeuw van 40.000 tot meer dan 100.000 inwoners. Samen met Gent was Antwerpen een van de sterkste calvinistische bolwerken in het Zuiden. Antwerpen was dan wel als een raket opgeschoten tot metropool van het Westen, maar zijn 'gouden eeuw' was van korte duur.

In 1584 kon Alexander Farnese, hertog van Parma, er eindelijk aan denken het laatste en belangrijkste bastion van weerstand in de Zuidelijke Nederlanden tegen Spanje in te nemen. Hij was niet van plan zijn leger te wagen in een rechtstreekse aanval op de sterk verdedigde stad, maar wilde haar uithongeren. Langs de landzijde kon hij Antwerpen gemakkelijk blokkeren, maar langs de Schelde bleef een uitweg te water naar Zeeland.

De strijd om Antwerpen in 1584-1585 werd voornamelijk uitgevonden ten noorden van de stad, langs de Schelde en in het onder water gezette polderland. Ondanks de aanwezigheid van Spaanse schansen en troepen, konden Zeeuwse en Hollandse eskaders gemakkelijk doorvaren naar Antwerpen. De hertog van Parma liet echter een sterk bewapende schipbrug over de Schelde bouwen: hiermee werd in oktober-november 1584 de laatste verbinding met de Noorden verbroken. Indien men een capitulatie door honger wilde voorkomen, dan moest de schipbrug vernield worden. Er werd een gecombineerde aanval op touw gezet. Vanuit Antwerpen werden twee met explosieven geladen schepen met het tij tegen de schipbrug gestuurd. Een der schepen raakte effectief de brug en vernielde een deel ervan. Maar de Hollandse ontzetvloot, die vanuit het Noorden de brug moest aangrijpen, kwam om nooit opgehelderde redenen, nooit opdagen.

De laatste wanhopige poging om Antwerpen te ontzetten, was een aanval in mei 1585 op de smalle Kouwenstijnse dijk, die doorheen de overstroomde polders kronkelde. Men zou hem proberen te bemachtigen en door te graven, waardoor de verbinding te water opnieuw verzekerd zou zijn. De slag op de smalle dijk was een der bloedigste uit de Tachtigjarige Oorlog. De dijk bleef uiteindelijk in Spaanse handen. Het lot van Antwerpen was hiermee definitief bezegeld. Op 17 augustus 1585 capituleerde Antwerpen. Tien dagen later deed Farnese zijn intrede in de veroverde stad.

De Hollanders en Zeeuwen behielden echter de Schelde en wierpen bij Lillo een blokkade op die de Spanjaarden niet konden doorbreken. De poort tot Antwerpen was gesloten en zou dat tot het einde van de 18de eeuw blijven. Op de val van Antwerpen volgde een uittocht van Zuidnederlanders naar het Noorden. Meer dan de helft van de Antwerpse burgers verlieten de stad. Amsterdam lokte deze immigranten zelfs door middel van premies. Zo importeerde Amsterdam kennis en kapitaal en stimuleerde ze haar handel. Met het kapitaal konden nieuwe investeringen worden gedaan: de VOC (1602) en WIC (1621) zijn hier voorbeelden van. De opgang van Amsterdam in deze periode was aldus voor een groot deel te danken aan de inbreng van Antwerps kapitaal en knowhow.

terug