De stad Ieper bijvoorbeeld verkeert in grote onrust door de omvangrijke groepen die, zó zwaar bewapend als zij ten oorlog trekken, bij duizenden naar de openluchtbijeenkomsten gaan. Er moet gevreesd worden dat de kloosters en de geestelijkheid de eerste klap te verduren zullen krijgen en dat het vuur, eenmaal aangestoken, zich snel zal verspreiden en dat, gezien de handel als gevolg van deze onlusten sterk te lijden heeft, een deel van het gewone volk - door honger gedwongen - zich zal aansluiten in afwachting van een gelegenheid een gedeelte van het bezit van de rijken voor zich te verwerven.
Uit: Parker, G., De Nederlandse Opstand. Van Beeldenstorm tot bestand. Utrecht/Antwerpen, 1981, p. 68