Aan de chef van de staf
Bij de genade Gods, Wij, Nicolaas II, Keizer van Alle Ruslanden, tsaar van Polen, groothertog van Finland [...] laten weten aan al onze trouwe onderdanen: In dagen van grote strijd tegen de buitenlandse vijand die ons land tot slavernij wil brengen heeft het de Here God behaagd Rusland een nieuwe zware beproeving op te leggen. Binnenlandse beroeringen onder het volk dreigden een noodlottig stempel te drukken op het verder voeren van een hardnekkige oorlog. Het lot van Rusland, de eer van ons heldhaftig leger, het heil des volks, gans de toekomst van ons dierbaar vaderland eisen het tot elke prijs voortzetten van de oorlog tot het zegevierende einde. De wrede vijand spant zijn laatste krachten in en het uur is nabij waarop ons heldhaftig leger met onze glorierijke bondgenoten de vijand de genadeslag zal kunnen toebrengen. In deze beslissende dagen in het leven van Rusland achten WIJ het ONZE dure plicht ONS volk de nauwe eensgezindheid en de vereniging van all volkskrachten voor een spoedig behalen van de overwinning te verlichten, en, in overeenstemming met de Staatsdoema, hebben WIJ goedgevonden afstand te doen van de Troon van het Russische Rijk en de Opperste macht af te staan. Daar WIJ niet ONZE geliefde Zoon willen scheiden, geven wij de troon over aan ONZE broeder de Grootvorst MICHAIL ALEXANDROVITSJ en zegenen WIJ Hem bij zijn bestijging van de Troon van het Russische Rijk. Wij bezweren ONZE broeder de staatszaken te besturen in volledige en onaantastbare eensgezindheid met de vertegenwoordigers des volks in wetgevende instellingen, volgens de beginselen die deze zullen vaststellen, daarop een onschendbare eed afleggend. In naam van het teergeliefde vaderland roepen WIJ alle trouwe zonen van het Vaderland op hun heilige plicht jegens HEM na te komen door de TSAAR te gehoorzamen in het moeilijke uur der volksbeproeving en HEM te helpen om, met de vertegenwoordigers des volks, de Russische staat te brengen op de weg van de overwinning, welvaart en roem. God helpe Rusland. Nicolaas |
|