Aleksandr Kerenski, 1881-1970

Kerenski werd geboren in Simbirsk als zoon van een onderwijzer, die - schoon toeval - ook aan Lenin les gaf. Kerenski studeerde aande universiteit van Sint Petersburg rechten. Hij raakte daar geïnteresseerd in politiek. Al snel bleek hij als advocaat een begenadigd spreker. In 1912 werd hij voor de democratisch-socialisten lid van de vierde Doema. Tegelijk was hij (niet-marxistische) vice-voorzitter van de Petrogradse Sovjet. Bij het uitbreken van de Februari-revolutie in maart 1917 werd hij minister van justitie in de Voorlopige Regering. Al snel volgde - dankzij zijn tomeloze inzet - zijn benoeming tot Minister van Oorlog (16 mei) en vervolgens tot Minister-President (25 juli). De oorlog bleef echter slechts nederlagen voor de Russen brengen, ondanks de geweldige inspanning die Kerenski zich getroostte om de oorlogsinzet tegen Duitsland op te voeren. Zijn poging om een groot offensief op gang te brengen mislukten omdat de Russische bevolking langzamerhand naar vrede snakte. In de zomer van 1917 brokkelt zijn populariteit steeds verder af, ook al leek het alsof hij vast in het zadel zat nadat hij zowel een poging tot staatsgreep van links als van rechts had afgeslagen. Uiteindelijk wordt hij tijdens de Oktoberrevolutie ten val gebracht op 7 november. Hij probeerde nog het verzet  te organiseren, maar vlucht dan toch naar de Amerikaanse ambassade vermomd als matroos. Eerst woonde hij, zoals zovele Russische ballingen, enige tijd in Parijs om vervolgens via Australië de laatste 24 jaar van zijn leven in de VS door te brengen, mijmerend en schrijvend over de vraag hoe het tussen Februari en Oktober 1917 zo mis had kunnen gaan in Rusland.


terug