Over StalinDe autocratie van Stalin, hoe zeer ook van eigen aard, ligt in het verlengde van de extreem gecentraliseerde en despotische regeringsmacht die de Russische tsaren bij de gratie Gods eeuwenlang over hun onderdanen hebben uitgeoefend. En onder deze voorgangers van de dictator vindt men sadisten bij bosjes, zowel van het sexuele als het non-sexuele soort. Over Iwan de Verschrikkelijke en Peter de Grote hoeft men niet uit te wijden, hun gevallen zijn overbekend. Met Stalin hebben beide geweldenaars uit de Russische geschiedenis deze kenmerken gemeen: a. de vaderfiguur vroeg ontvallen, respectievelijk deficiënt, b. eenzaam opgroeien in een enig-kind-situatie, c. ongelukkige jeugd met ervaringen van geweld en existentiële onzekerheid. Opmerkelijk is echter dat ook bij uitgesproken zwakke heersers als Anna Iwanowna en Nicolaas II duidelijk sadistische trekken geconstateerd kunnen worden. Met het oog hierop moet men althans als hypothese aannemen dat het onbeperkte gezag met al zijn mogelijkheden en gevaren zoals het in de Russische traditie geworteld is, sadisme aanwakkerend, sadismogeen geweest is. Dat mensen als Stalin, wiens persoonlijkheid door de ervaringen in zijn jeugd al sterk in de richting van het sadisme was gepreconditioneerd, in de hoedanigheid van alleenheerser zich tot monsterachtige dwingelanden moesten ontwikkelen, ligt dan voor de hand. Temeer als de ideologie, die de geestelijke ruggegraat van het regime vormt, de terreur als historische noodzaak en de destructie van hele klassen als een onvermijdelijke maatregel ter verwezenlijking van een nieuwe sociale orde bij voorbaat rechtvaardigt. In de coïncidentie van deze drie factoren: autocratische macht, persoonlijke preconditie en ideologische destructiedwang, ligt naar mijn mening de verklaring van de weergaloze wreedheid van het Stalinistische regime. Naar: Z.R. Dittrich, Problemen rond de Stalin-biografie, Spiegel Historiael, april 1976. |