Brief van Anton Struik aan zijn broer Dirk, 8 februari 1925

De Nederlander Anton Struik trok in 1922 samen met vele anderen naar de industriële kolonie Koezbas in Siberië, waar onder leiding van ir. S.J. Rutgers en met medewerking van Lenin een buitenlandse nederzetting was gevestigd. 

Beste Dirk Hendrikowitch,

Arbeiders naar de Koezbas,Alexandr Deneka

... Ik ontving van je - ik denk alles wat je me stuurde, inclusief de drie Centro citta d’Italia, verpakt in een Unità, de kaart van de kamerheer van de Sua Santità, de kaart met Ruth en Milgram’s handtekening en voorts tal van prenten mitsgaders didactische artikelen.

Meen ik het wel, dan eindigde mijn laatste brief somber. Uit de partij gegooid ben ik echter niet, dank zij mijn conspiratievermogen. Voor het noodgeval had ik natuurlijk wel hogere machten in beweging kunnen brengen, doch beter is, als het mogelijk is, zo'n geval zonder dergelijke lits de justice op te lossen. Ik ben er namelijk achter gekomen, met behulp van twee bestuursleden die op mijn hand waren, dat onder het bestuur van de bedrijfskern, waar ik bij ingedeeld ben, twee leden in dezelfde contributieomstandigheden verkeerden als ik. Omdat de boeken natuurlijk niet in orde waren, kon niet nagegaan worden, hoe diep deze heren in de schuld zaten. Doch dit feit, gepaard met mijn 'verdienste' als lecturist onder de kolonisten, maakte het met goed fatsoen onmogelijk de wet van de partij, welke mechanische uitvalling voorschrijft bij drie maanden schuld, in zijn volle gestrengheid toe te passen. Besloten werd inderdaad om me te redden en — wonder boven wonder - ging dit besluit er bij de ledenvergadering als hamerstuk zonder enig proces door. Ik mocht dus mijn schuld betalen, kreeg de reglementaire berisping en daarmee was deze historie geliquideerd. Het had nog dit staartje, dat de secretaris een por kreeg om zijn boeken te controleren en ijlings een lijst ging samenstellen van schuldenaren, die in de vergadering werd voorgelezen. De lijst was wel fout, maar het hielp.

Al is het met een sisser afgelopen: het geval was ernstig. De Russen, met hun mechanische discipline, achten contributie betalen een van de eerste kenmerken er van. En vooral hier, waar het merendeel der leden—als halve analfabeten of lui die geen Russisch kennen—niet op andere wijze in staat zijn iets voor de partij te doen.

De Trotzky-affaire heeft hier, hoewel laat en zwak, ook wat stof opgeworpen. Bij de Russen was het min of meer een komedie. Een slechte speech, gevolgd door een resolutie—natuurlijk een lange— dat Trotzky mis was. Bij de Amerikanen, die in ieder geval iets meer politiek ontwikkeld zijn, ging het niet zo gemakkelijk: twee avonden waren voor de discussie nodig. Merkwaardig veel waren tegen sterke verwerping van Trotzky's optreden, o.a. in sterke mate Baars.

Hoewel ik natuurlijk wel weet, dat er heel wat Gaunerstreken van de Russische partijleiding achter zitten, die eenvoudig te klein is om een man als de individualist Trotzky te kunnen gebruiken, kon ik toch politiek niets voor Trotzky voelen en heb daarom een speech gehouden 'mit dem Strom'. De motie tegen Trotzky konden we er tenslotte met bijna algemene stemmen doorkrijgen, hoewel onze kolonisten, zoals alle communisten uit industriële landen, de betekenis van Lenin's bedoeling van een bond van boeren en arbeiders onderschatten en de betekenis van industrialisatie voor het succes van een proletarische revolutie overschatten.

Je hebt waarschijnlijk wel de discussie in de Imprekor gevolgd, waar er heel wat bladzijden aan gewijd zijn (by the way, wie zorgt er toch voor dat ik geregeld zonder te betalen en de Imprekor en de Tribune ontvang - of is het een verschijnsel van traagheid?). De Russische literatuur over het Trotzky-geval is ontzaglijk uitgebreid; de partij heeft op uitstekende wijze inderdaad het conflict benut om de principes van het Leninisme een verspreiding te geven als nooit tevoren. Een deel van die literatuur is natuurlijk schofterij, lakeiengeschrijf van lui, die in de pas willen blijven bij de hoge omes van de meerderheid. Al de uitdrukkingen, die natuurlijk niet gekuist zijn, die Trotzky in zijn politieke levensloop tegen Lenin gebezigd heeft in de tijd toen Lenin nog geen communistische halfgod was, zijn bv. zorgvuldig in een boekje verzameld: 'Trotzky over Lenin'. Mevrouw Holst komt in een van die brieven ook nog voor: in de tijd van de Vorbote waarschuwde Trotzky haar voor de invloed van Lenin, die achter dit tijdschrift natuurlijk met zijn lange neus stak, hoewel hij niet in de redactie zat.

Industrieel nieuws van hier niet veel. Heel langzaam, akelig langzaam gaan we vooruit, door de God van Koezbas die kennelijk met ons is, telkens over riskante punten heen geholpen. De Dikkers zullen waarschijnlijk van de zomer een poging doen om te ontsnappen. Zij, als typisch bourgeois -kindje, kan het hier niet goed vinden, hij als niet sterk in de leer - met de beweging heeft hij zich hier nooit bemoeid - vindt zijn werkkring als bedrijfsassistent in de chemische fabriek niet belangrijk genoeg. Bovendien hebben ze hier dadelijk een kind gemaakt en voor babies is het hier niet een geschikte plaats. Rutgers heeft al toegestemd in hun tijdelijk vertrek. De Schermerhorns aarden hier heel wat beter. Ik heb ze opgeruid je te schrijven, wat ze zullen doen.

Grüsse die Ruth, Leb wohl.

Anton


terug