|
|
|
1903 |
In juli en augustus wordt het tweede Congres van de Russische Sociaal-democratische Arbeiderspartij in Londen gehouden. Bolsjewieken en mensjewieken komen tegenover elkaar te staan. |
1904 |
Japan brengt tijdens de Russisch-Japanse Oorlog de Russen nederlaag op nederlaag toe. In december breekt een stakingsgolf uit in Sint-Petersburg. |
1905 |
Op 9 januari proberen burgers een petitie aan te bieden aan Nicolaas II. De demonstratie wordt uit elkaar geschoten en gaat de geschiedenis in als Bloedige Zondag. In mei wordt de Russische Oostzeevloot naar de kelder gejaagd door Japan. In oktober is tsaar Nicolaas II genoodzaakt te komen met het Oktobermanifest waarin de autocratie wordt afgeschaft en Rusland een constitutionele monarchie wordt. De eerste Doema wordt gekozen. |
1914 |
Rusland raakt betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. De troepen van de tsaar zijn geen partij voor de Centralen. Voor Lenin is van het begin af aan duidelijk dat Rusland op een nederlaag afkoerst. |
1915 |
De tsaar ontslaat zijn opperbevelhebbers en neemt zelf de verantwoordelijkheid voor leger en vloot. |
1916 |
De toestand aan het (thuis)front wordt langzamerhand onhoudbaar. Een hongeropstand dreigt. |
1917 |
Ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag demonstreren duizenden vrouwen voor meer voedsel. Stakende arbeiders van de Poetilow-fabrieken voegen zich bij hen. De volgende dag volgen er nog meer demonstraties waarin leuzen worden meegedragen als 'Weg met de oorlog' en 'Weg met de autocratie'. Op 25 februari breekt een algemene staking uit in Petrograd. In tegenstelling tot de revolutie van 1905 weigeren soldaten op de menigte te schieten. Op 26 februari besluit de tsaar de Doema te ontbinden. De afgevaardigden leggen het bevel van de tsaar naast zich neer en vormen een Voorlopig Comité. Het Voorlopig Comité zal spoedig herdoopt worden in Voorlopige Regering, aanvankelijk onder leiding van prins Lwow, maar vanaf juli van Kerenski. Daags na het instellen van het Voorlopig Comité wordt in Petrograd een sovjet gevormd. Dit voorbeeld wordt al snel ook in andere steden gevolgd. Voorlopige Regering en Sovjet zullen met elkaar de strijd aangaan om de uitoefening van de staatsmacht. Op 2 maart kondigt tsaar Nicolaas II zijn aftreden aan. De Petrogradse Sovjet vaardigt Bevel no. 1 uit waarmee alle politieke acitiviteiten van het leger voortaan onder de zeggingschap van de sovjet vallen. Een dag later weigert de broer van de tsaar de troon. Lenin komt vanuit Zwitserland naar Petrograd. Stalin keert terug uit Siberië. Met een losse flodder van de kruiser Aurora begint op
26 oktober de machtovername door de bolsjewieken. Het Winterpaleis wordt bestormd, nadat Trozki's militaire
revolutionaire comité alle strategische punten in de stad had bezet. In de stad werden alvast pamfletten verspreid waarin de val van de Voorlopige
regering werd aangekondigd. |
1918 |
Tijdens de burgeroorlog wordt op 16 juli Nicolaas II met zijn gezin vermoord tezamen met de kok, de dokter, kamerjuffrouw en zijn kamenier. |
1919 |
Op 4 maart 1919 wordt de Derde Communistische Internationale opgericht. Zinovjev wordt de eerste voorzitter. |
1920 |
De burgeroorlog komt langzamerhand tot een einde. De Witten hebben het onderspit gedolven tegen de Roden. |
1921 |
In maart komen de matrozen van Kronstadt in opstand tegen het gebrek aan democratie en de dictatuur van de bolsjewieken. De opstand wordt hardhandig neergeslagen. Lenin formuleert de Nieuwe Economische Politiek. |
1922 |
Stalin wordt op 3 april tot secretaris-generaal van de communistische partij benoemd. Twee weken later - op 16 april - sluiten Duitsland en communistisch Rusland het Verdrag van Rapallo. Lenin maakt op 25 december zijn testament op. Op 30 december komt de USSR (Unie van Socialistische Sovjet Republieken) tot stand. |
1923 |
Lenin schrijft een Naschrift bij zijn testament dat weinig vleiend is voor Stalin. Na Lenins dood weten Kamenev, Zinovjev en Stalin te voorkomen dat het testament van Lenin binnen de CPSU bekend raakt en besproken wordt. Pas na de dood van Stalin komt het testament boven water en blijkt hoezeer Lenin gelijk had in zijn oordeel over Stalin. |
1924 |
Lenin sterft op 21 januari. Vijf dagen later wordt Petrograd omgedoopt in Leningrad. |
1926 |
In geheel Rusland wordt een volkstelling gehouden. |
1927 |
Op het XVe Partijcongres van de CPSU worden Trotski, Kamenev en Zinovjev uit de partij gezet. De NEP wordt beëindigd. |
Op 1 oktober gaat het eerste Vijfjarenplan van start. De nadruk ligt op industrialisatie en collectivisatie van de landbouw. Sovchozen worden model gesteld. De boeren worden meer en meer betiteld als 'koelakken'. |
|
1929 |
Stalin bepleit de 'collectivisatie zonder limiet; liquidatie van de koelakken als klasse'. Voor zijn vijftigste verjaardag wordt Stalin aan alle kanten bejubeld. De persoonsverheerlijking neemt steeds grotesker vormen aan. Steeds meer mensen worden willekeurig slachtoffer van de terreur. |
1932 |
In de winter van
1932 - 1933 ontstaat een grote hongersnood. |
1933 |
Op de laatste dag van het oude jaar wordt het eerste Vijfjarenplan vervuld verklaard. |
1934 |
Het XVIIe
Partijcongres in januari-februari wordt wel het Congres 'van de overwinnaars'
genoemd. De
titel secretaris-generaal wordt veranderd in 'eerste secretaris'. |
1935 |
De USSR
sluit in mei met Frankrijk en Tsjechoslowakije een bongenootschappelijk verdrag. |
1936 |
In de
zomer beginnen de Grote Zuiveringen. In een showproces tegen o.a. Zinovjev en
Kamenev en vele anderen. |
1937 |
Boecharin moet zijn verzet tegen het tempo van de collectivisatie bekopen met arrestatie en een schijnproces, niet nadat hij aan zijn vrouw een mondelinge brief had achtergelaten: 'Aan de toekomstige generatiepartijleiders' |
1938 |
In maart wordt
Boecharin terechtgesteld. |
1939 |
Stalin ontslaat zijn minister van Buitenlandse Zaken Litvinov. Stalin benoemt Molotov als zijn opvolger. Molotov sluit met Duitsland een niet-aanvals-verdrag: het Molotov - Ribbentrop Pact. Dat maakt voor Hitler de weg vrij om ongehinderd Polen binnen te vallen. |
1941 |
Op 14 juni doet
Stalin de geruchten dat Duitsland binnenkort zal aanvallen af als
ongegronde provocaties. |
1943 |
In de Slag om Stalingrad die al sinds augustus 1942 woedt, capituleren de omsingelde Duitse troepen onder leiding van veldmaarschalk Von Paulus. Er is een keerpunt in de strijd aan het Oostfront bereikt. |
1945 |
Tijdens de Conferentie van Potsdam laat Stalin zich bijstaan door o.a. N.G. Kuznetsov en Ivan Maisky. Beiden worden kort daarna op beschuldiging van verraad opgepakt. |
1949 |
Ter versterking van de economische onderlinge afhankelijkheid wordt in januari de COMECON opgericht. Stalin viert zijn zeventigste verjaardag. De persoonsverheerlijking neemt ongekende vormen aan. |
1953 |
Dood van Stalin. In verschillende Oosteuropese landen ontstaat onrust, waaronder in Oost-Duitsland. |
1955 |
Malenkov verliest de strijd van Chroesjtsjov en moet aftreden als premier van de Sovjet Unie. |
1956 |
XX-ste partijcongres van de CPSU. In een geheime rede doet Chroesjtsjov uitgebreid verslag van de terreur en ongebreidelde macht van Stalin. In het najaar breekt de Hongaarse Opstand uit. |
1959 |
Afkondiging van het zeer optimistische zevenjarenplan voor 1959-1965 |
1961 |
Op het 22e Partijcongres van de CPSU wordt besloten tot herbegraving van Stalin, niet meer in het Mausoleum, maar op een bescheiden plaats voor de muur van het Kremlin. |
1962 |
In november publiceert het culturele maandblad Novy Mir (Nieuwe Wereld) Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj van Alexander Solzjenitsyn. Voor het eerst - en voor het laatst - wordt in de Sovjet Unie een verhaal openbaar gemaakt dat gaat over een gevangene in een Siberisch kamp. Deze publicatie betekende een hoogtepunt in de 'dooi' na Stalins dood. |
1963 |
De sterk tegenvallende landbouwopbrengsten in dit jaar maken duidelijk dat het landbouwbeleid van Chroesjtsjov heeft gefaald. |
1964 |
Na de Cubacrisis en de verslechterende relatie met China wordt de positie van Chroesjtsjov door Breznjev e.a. meer en meer ondergraven, waardoor Chroesjtsjov gedwongen wordt af te treden. Breznjev neemt de machtigste positie in de CPSU over, nl. die van secretaris-generaal. Enkele maanden tevoren had de partij-ideoloog nog de loftrompet gestoken over het optreden van Chroesjtsjov. Verscherping van censuur en ontstaan van de samizdat. |
1968 |
Praagse
Lente onder leiding van Alexander Dubcek. |
1969 |
Begin van de herwaardering van Stalin. Campagne tegen intellectuelen en kunstenaars. Oppositie werd geconfronteerd met broodroof, interne verbanning, intimidatie, krankzinnigverklaring of erger. |
1970 |
Ter gelegenheid van de 100e geboortedag van Lenin houdt Breznjev een redevoering de buitenlandse politiek van de SU. |
1975 |
Steeds meer dissidenten doen een beroep op de mensenrechten zoals die in de eigen Sovjet-grondwet is vastgelegd en door de Sovjet Unie in het Akkoord van Helsinki uitdrukkelijk is onderschreven. Neemt niet weg dat de dissidenten in toenemende mate worden vervolgd. |
1982 |
Op 10 november om 8.30.u sterft Leonid Breznjev aan een hartaanval. Twee dagen later wordt hij begraven. Drie dagen ervoor had hij nog een urenlange parade afgenomen op het Rode Plein in Moskou. Hij wordt opgevolgd door Joeri Andropov |
1985 |
Gorbatsjov wordt eerste secretaris van de CPSU. Daarmee komt een einde aan de versteende politiek onder Breznjev en zijn opvolgers. Perestrojka (hervorming) en Glasnost (openheid) zijn de begrippen die zijn beleid kenmerken. |
1986 |
Sjtsjaranski wordt voor vijf Sovjet-spionnen uitgewisseld en verlaat de Sovjet Unie. |
1989 |
Gorbatsjov voert de mogelijkheid dat er parlementaire verkiezingen zullen worden gehouden. De ideologische grondslagen van de Sovjetunie komen onder vuur te liggen. |
|
|
|