Gapon over de gebeurtenissen van Bloedige
Zondag
|
De jonge priester Gapon leidde op 22 januarii 1905 een optocht van arbeiders naar het paleis van de tsaar in Sint Petersburg. Hij wilde samen met de arbeiders een petitie aanbieden waarin gevraagd werd iets te doen aan de voedselschaarste en de explosief stijgende prijzen ten gevolge van de Russisch-Japanse Oorlog. Soldaten blokkeerden de optocht. Gapon schrijft wat er daarop gebeurde: "... infanteristen versperden de weg, en tegenover hen stond een compagnie van de cavalerie opgesteld met getrokken zwaarden die blikkerden in de zon. Zouden ze durven ons aan te pakken? Eén moment huiverden we en gingen daarna weer voorwaarts. Plotseling galoppeerde een afdeling Kozakken met getrokken zwaarden snel op ons af terwijl zij naar beide kanten uithaalden. Ik zag de zwaarden omhoog gaan en weer neerkomen, waarbij mannen, vrouwen en kinderen als een blok hout op de grond vielen. De Kozakken wendden hun paarden en begonnen zich een weg te hakken ... We waren niet meer dan 25 meter van de soldaten vandaan toen opeens zonder enige waarschuwing we het droge knallen van vele geweerschoten hoorden. Eindelijk hield het schieten op Ik stond samen met enkele anderen op die ongedeerd bleven en keek neer op de lichamen die ter aarde geworpen om mij heen lagen. Ik schreeuwde tegen hen. ‘Sta op!’ Maar ze bleven stil liggen. Waarom lagen zij daar? Ik keek nogmaals en zag scharlaken rode bloedvlekken inde sneeuw. ... De gedachte flitste door mij heen, ‘en dit is het werk van onze Kleine Vader, de Tsaar’ ... nu wist ik inderdaad dat een nieuw hoofdstuk geopend is in het boek van de geschiedenis van ons volk. |
|
|