Jezhovshchina

Met dit woord worden in Rusland de Stalinistische zuiveringen van de jaren '36 tot '38 aangeduid. Het is afgeleid van N.I. Jezhov (1894-1939), die indertijd hoofd van de geheime politie was. De zuiveringen zorgden er voor dat in de Bolsjewistische Partij er geen enkele mogelijke rivaal voor het leiderschap van Stalin overbleef. Velen uit de partij werden er van beschuldigd dat zij verraderlijke contacten zouden onderhouden met een buitenlandse mogendheid, mn. Hitler-Duitsland, zonder dat ook maar enig spoor van bewijs kon worden overlegd.
Onder de slachtoffers bevonden zich tien naaste medewerkers van Lenin, drie maarschalken van Se Sovjet Unie, waaronder de Chef-Staf, Toechasjevski, zes leden van het Politburo, en meer dan de helft van de generaals van het Rode Leger. Vele in de Sovjet Unie in ballingschap levende communisten werden doodgeschoten, gevangen gezet of verdwenen eenvoudigweg. Niet-Russische minderheden (vooral de Duitsers die rond Saratov leefden) hadden ernstig te lijden, waarbij massa-arrestatie meestentijds niet leidde tot executie maar tot dwangarbeid. Honderdduizenden sovjetburgers werden naar Siberië gestuurd om daar nieuwe industriële centra uit de grond te stampen.
Uiteindelijk werd Jezhov in november 1938 ontslagen als hoofd van de geheime dienst. Hij werd benoemd tot minister van vervoer over water. Kort daarna verdween hij. De zuiveringen namen wat af. Vele dwangarbeiders werd het toegestaan om in 1939 naar huis terug te keren. De vervolging van de Duitse minderheid werd met het uitbreken van de oorlog in 1941 hervat.
Zo'n 7 miljoen mensen zijn tijdens de Jezhovschina waarschijnlijk door de geheime politie gearresteerd. Volgens sommige niet-Sovjet bronnen zijn 3 miljoen mensen omgekomen, hetzij door exectuties hetzij door de omstandigheden in de dwangarbeiderskampen.terug