Koelakken, sovchozen en kolchozen

In  die tijd was in de U.S.S.R. de materiële basis reeds toereikend om aan het koelakkendom een eind te maken, zijn tegenstand te breken, het als klasse te liquideren en zijn productie door de productie van de kolchozen en sovchozen te vervangen. Nog in 1927 hadden de koelakken meer den 600 miljoen poed graan geproduceerd,

waarvan ongeveer 130 miljoen poed op de markt kwam. De kolchozen en sovchozen konden evenwel in 1927 slechts 35 miljoen poed graan voor de markt leveren. In 1929 waren de kolchozen en sovchozen tot een belangrijke kracht geworden, dank zij de vaste koers van de bolsjewistische partij op de ontwikkeling van de kolchozen en sovchozen en dankzij de resultaten van de  

socialistische industrialisatie, diehet platteland van tractoren en landbouwmachines voorzag. Reeds in dat jaar produceerden de kolchozen en sovchozen niet minder dan 400 miljoen poed graan, waarvan reeds meer dan 130 milioen poed op de markt kwam, d.w.z. meer den de koelakken in 1927 voor de markt hadden afgeleverd. En in 1930 moesten de kolchozen en de sowchozen meer dan 400 milioen poed graan voor de markt leveren en deden zij dit inderdaad ook, d.w.z. onvergelijkelijk veel meer, dan de koelakken in 1927 hadden geleverd.

Bron: Geschiedenis van de Communistische Partij der Sowjet-Unie (Bolsjewiki), Amsterdam 1939. p. 401) edterug