Non-ferro metaalwinning in de KolymaEen donker gat in de flank van een kale berg stelde meestal de
ingang tot de mijn voor. De exploitatie vond op verschillende dieptes
plaats, sommige gevangenen werkten in dagbouw, anderen 2500 tot 3000
meter ondergronds. De mijngalerijen waren zo smal dat twee mannen
nauwelijks naast elkaar konden lopen, en een middelgrote man moest steeds
bukken om zijn hoofd niet te stoten. De ertsgangen waren op sommige
plekken zo laag, dat we op handen en voeten moesten kruipen. Tot eind
1950, toen de Humphrey's veiligheidslamp werd ingevoerd, moesten de
gevangenen hun eigen lichtbron meenemen. Die bestond uit een roestige dood
met een stuk draad in een of ander soort vet. Dat gaf natuurlijk slecht
licht en de tocht blies het vaak uit. Wanneer de open vlam met gas in
aanraking kwam, dat uit spleten en scheuren uit de galerijen stroomde,
veroorzaakte dat vaak ernstige ontploffingen. |