Waarvoor wij strijden

De matrozen van Kronstadt aan het woord, 8 maart 1921

Toen de arbeidersklasse de oktoberrevolutie succesvol volbracht, hoopte ze haar bevrijding te bereiken. Het resultaat was echter een nog grotere slavernij van de mens.

De macht van de tsaristische politie kwam in handen van de communistische indringers, die het werkende volk in plaats van vrijheid voortdurende angst voor de folterkamer van de Tsjeka brachten, wier gruwelijkheden die van de tsaristische politie verre overtroffen.

Het schandaligste en misdadigste is echter de morele slavernij van de communisten: ze toonden geen respect voor de gevoelens en ideeën van het werkende volk, maar dwongen ze te denken zoals zij zelf.

Met hulp van de staatsvakbonden ketenden zij de arbeiders aan hun werkbanken en maakten de arbeid niet tot vreugde, maar tot nieuwe slavernij. Op de protesten van de boeren, die in spontane opstanden tot uiting kwam, en van de arbeiders, die al door hun levensomstandigheden tot staking gedwongen waren, antwoordden zij met massa-executies en met een bloeddorstigheid waar de tsaristische generaals nog veel van zouden hebben kunnen leren.

Steeds duidelijker werd dat de Russische Communistische Partij niet, zoals ze beweerde, voor het werkende volk op de bres staat; de belangen van het werkende volk zijn haar vreemd, en eenmaal aan de macht, kent ze slechts een zorg, deze macht niet te verliezen, en daarom zijn alle middelen geoorloofd: laster, geweld, bedrog, moord en wraak op de familieleden van opstandigheden. Het geduld van het werkende volk is ten einde.

In de strijd tegen onderdrukking en geweld flakkerde hier en daar in het land het vuur van de opstand op. Stakingen braken uit. Maar de bolsjevistische spionnen sliepen niet en gebruikten alle middelen om de onvermijdelijke derde revolutie te verhinderen en te onderdrukken.


terug