Medvedev, De moord op de tsaar en zijn familie, 16 juli 1918

Tsaar Nicolaas en zijn gezin in gevangenschapOp 16 juli rond een uur of zeven beval Jurovskii mij de revolvers van alle posten in te zamelen. In totaal waren het 12 Nagan-revolvers. Ik verzamelde dus de revolvers, bracht deze naar Jurovskii in de kamer van de commandant en legde ze op tafel. 's Morgens had Jurovskii de kleine bediende verwijderd en hem bij de wacht in het huis van Popov ondergebracht. Jurovskii gaf mij voor dit alles geen verklaring, maar nadat hij de revolvers had gekregen, zei hij: "Vandaag zullen we de gehele familie neerschieten." Hij beval mij de wachtposten om 10 uur te vertellen, dat zij niet ongerust behoefden te zijn, wanneer zij schoten hoorden. Op het aangegeven tijdstip lichtte ik de wachtposten in en ging daarna weer terug in huis.
Om middernacht maakte Jurovskii de keizerlijke familie wakker. Allen stonden op, kleedden zich aan en kwamen na ongeveer een uur uit hun kamers. Zij waren rustig en vermoeden geen gevaar. Ze liepen achter elkaar de trap af. Nicolaas droeg Alexej. Zij gingen naar de kamer die aan het uiterste eind van het huis lag. Enkelen hadden een kussen meegenomen, de kamerjuffrouw droeg er twee. Jurovskii liet stoelen brengen. Men bracht er drie. Op dat moment kwamen twee leden van de Tsjeka binnen, waarvan een Ermakov uit Verch-Iset' was, zoals ik later vernam. Jurovskii, zijn adjudant en deze twee mannen gingen naar het souterrain waar de keizerlijke familie zich al bevond. Bovendien waren nog zeven Letten aanwezig. De drie anderen waren op hun kamer. Jurovskii had de revolvers uitgedeeld aan de zeven Letten, de beiden Tsjekisten en aan zijn adjudant. Hij zelf hield er een. Dat maakte in totaal elf. Hij gaf mij het bevel de twaalfde weg te halen. Jurovskii droeg bovendien nog een machinepistool.
De keizerin, de keizer en Alexej gingen op de stoelen zitten. De anderen bleven tegen de wand staan. Allen waren kalm. Enkele minuten daarna kwam Jurovskii in de kamer ernaast, waarin ik mij bevond en zei: "Ga naar buiten op straat en bekijk of er niemand is, en let er op of men de schoten hoort of niet." Ik ging naar buiten en hoorde direct schoten en kwam om Jurovskii in te lichten dat men ze kon horen. Toen ik de kamer betrad, lagen alle gevangen in verschillende houdingen in grote plassen bloed op de grond. Allen waren dood, alleen Alexej kreunde nog. In mijn bijzijn vuurde Jurovskii nog twee of drie schoten af op hem uit zijn Nagan-revolver, en hij hield op met kreunen. De aanblik van dit bloedbad maakte op mij zo'n indruk dat het mij te kwaad werd en ik moest overgeven. Vervolgens gaf Jurovskii me bevel naar de wachtposten te lopen en hen te zeggen zich vanwege de schoten niet op te winden. Bij het weggaan hoorde ik nog twee schoten.
Op straat trof ik Starkov en Konstatin Dobrynin aan, die op mij toeliepen. Ze vroegen me: "Heeft men Nicolaas II doodgeschoten? Want indien men een ander in zijn plaats zou hebben neergeschoten, dan zal je je daarvoor moeten verantwoorden. Jij hebt je met de zaak belast." Ik antwoordde hen dat ik met eigen ogen gezien heb, hoe men Nicolaas II en zijn familie doodgeschoten heeft, en ik vertelde hen dat ze gaan moesten en hun mannen gerust moesten stellen. Ik heb zodoende gezien hoe men de ex-keizer, zijn vrouw Alexandra, zijn zoon, zijn vier dochters, dokter Botkin, de kok, zijn kamenier en een kamerjuffrouw heeft neergeschoten. Ieder had verscheidene wonden, hun gezicht en hun kleren zaten onder het bloed. Ik heb zelf niet aan de moord deelgenomen.

terug