Decreet van Lenin voor een nieuwe agrarische politiek, 1921
Er dient te worden tegemoet gekomen aan het verlangen van de boeren,
die geen partijlid zijn, om de vorderingen [m.n. van de overschotten] te
vervangen door een graanbelasting.
Het peil van deze belastingen moet, vergeleken met de vorderingen van
het laatste jaar, worden verlaagd.
Goedgekeurd dient te worden het in overeenstemming brengen van het peil
van de belastingen met de inspanning van de boer, nl. door het percentage
van de belasting te verlagen wanneer de produktie van de boer toeneemt.
De boer moet vrij zijn om zijn overschotten te gebruiken, buiten de
belasting om, voor de plaatselijke handel, op voorwaarde van prompte en
volledige betaling van belasting.
Decreet voor een nieuwe handelspolitiek, 1921:
Alle voorraden voedsel, grondstoffen en veevoer, die in het bezit van
de boeren blijven, nadat ze hun belasting betaald hebben, staan tot hun
eigen beschikking en kunnen door hen worden gebruikt om hun eigen economie
aan te vullen en te versterken, of om hun persoonlijke consumptie te
verhogen of te ruilen voor de fabrieksprodukten van de
plattelandsindustrie. Ruilhandel is toegestaan binnen de grenzen van de
plaatselijke goederencirculatie in coöperatieve organisaties, op markten
en in bazars.
Lenin over de lichte industrie in 1921
Armoede en vernietiging hebben zo'n omvang aangenomen, dat we niet
direct op grote schaal de produktie kunnen herstellen [...] dat betekent
dat het noodzakelijk is mee te werken aan de opbouw van de lichte
industrie, die geen machines nodig heeft, geen grote hoeveelheden
grondstoffen en brandstoffen en die direct hulp kan bieden aan de landbouw
en de produktie daarvan kan opvoeren.
|