Voor de Osseet met de brede borstkas
Wij Leven zonder onder onze voeten ons land te voelen,
Onze woorden zijn niet verder dan op tien pas te horen,
Maar waar nog een half gesprekje plaatsvindt,
Wordt de Kremlinbewoner uit de bergen vermeld.
Zijn dikke vingers zijn vet als wormen
En zijn woorden zijn onwrikbaar als loden gewichten.
Zijn kakkerlakkensnor lacht
En zijn beenkappen glanzen.
Hij is omgeven door een bende slankhalzige leiders
En hij maakt gebruik van de slavendiensten van halfmensen,
Zij fluiten, miauwen of janken,
Alleen hij oreert en port met zijn vinger.
Hij smeedt series dekreten, als hoefijzers
Die hij mikt op je voorhoofd=, je kruis of je oog.
En iedere terechtstelling is een traktatie
Voor de Osseet* met de brede borstkas.
* Van Stalin werd beweerd at hij afstamde van een oud Kaukasisch
bergvolk: de Osseten.
uit: Mandelstam, N., Memoires. Masterdam, 1971. p.
451
|