Protest van Solsenitsjin tegen zijn uitstoting uit de Russische
schrijversbond, 1969Het is schandelijk dat u op deze manier uw eigen statuten met
voeten hebt getreden. U heeft mij geroyeerd in mijn afwezigheid, alsof er
brand was uitgebroken, zonder me zelfs een oproep of een telegram te
sturen, zonder me de benodigde vier uur te gunnen die nodig zijn om uit
Rjazan te komen en de bijeenkomst bij te wonen.
U heeft duidelijk getoond dat de beslissing genomen was vóór het
onderzoek. Was het voor u gemakkelijker om in mijn afwezigheid naar nieuwe
beschuldigingen te zoeken? Was u bang dat u mij tien minuten moest geven
om te antwoorden?
Ik ben nu gedwongen mijn antwoord te vervangen door deze
brief.
Maak de wijzerplaat van de klok schoon. Uw klokken lopen achter op
onze tijd. Schuif de zware gordijnen waar u zo van houdt een open. U
vermoedt zelfs niet dat het buiten dag is.De tijd van stommetje spelen is
voorbij, de sombere tijd dat er geen uitweg was, toen u ebsloot Achmatova
[dichteres die door Stalin werd vervolgd] te royeren. En ook de tijd van
het angstvallig optreden is voorbij en de ijzige periode toen u onder
geschreeuw Pasternak hebt geroyeerd. Is deze schande voor u nog niet
voldoende? [...]
Heeft men ons 50 jaar geleden niet beloofd, dat er nooit geheime
diplomatie zou zijn, geen geheime besprekingen, geen geheimzinnige en
onbegrijpelijke benoemingen en afzettingen en dat de massa's alles
openlijk zouden kunnen bespreken? 'De vijanden zullen het horen,' dat is
uw excuus. De eeuwige en altijd aanwezige vijanden vormen een gemakkelijke
rechtvaardiging voor het bestaan van uw functies en het feit dat u
bestaat. Alsof er geen vijanden waren toen ons beloofd werd dat de
waarheid onmiddellijk gezegd zou worden. Maar wat zou u zonder vijanden
doen? U zou niet eens kunnen leven zonder vijanden. De haat, die zich in
geen enkele opzicht gunstig onderscheidt van rassenhaat, is uw steriele
levensklimaat geworden. Maar op die manier verliest men het gevoel voor de
unieke eigenschappen van de mens, vergeet men dat de mensheid een eenheid
vormt en ziet men niet dat zijn ondergang nadert [...]
De openlijke verkondiging van de feiten op een eerlijke manier en
volledig: dat is de eerste voorwaarde voor een gezonde maatschappij, de
onze inbegrepen. Wie dat niet wil, wie zich niet bekommert om zijn land,
denkt slechts aan zijn eigen belang. Wie dat niet wil voor zijn land, wil
het ook niet van zijn ziekten genezen, maar deze alleen binnen houden,
zodat de verrotting daar plaatsvindt.
uit: Geurts, P.A.M., Kalkwiek, W.F., Wilde, van der, C.C.A., Wolff,
H.E. de, Bronnenboek. De laatste vijftig jaar in teksten en documenten.
Amsterdam, 1971, p.97-98
|