De sovchozen als graanfabrieken

In de Oekraïne zag ik een modelbedrijf in grote stijl, die de overgang laat zien naar het nieuwe systeem van graanfabriek.

Het bezit beslaat 43.000 ha land; 6600 ha steppe werd als een natuurreservaat onaangeroerd gelaten, 10.000 ha werd met graan bebouwd. De gehele reusachtige rest diende voor veeteelt, voornamelijk schapenteelt.

Wetenschappelijke en economische ideeën werden hier in nauwe samenhang in praktijk gebracht. Voor de wetenschappelijke afdeling is er een groot zoölogisch park met zeldzame vogels en viervoetige dieren, en ook proefstallen. Haar taak is buitenlandse diersoorten hier te laten acclimatiseren, uitgestorven soorten hier opnieuw op te kweken, voornamelijk echter het kweken van rassen, die het beste gedijen en de grootste opbrengst beloven [...]

Rijdt men verder, den stoot men op het beeld, dat voor de landbouwpolitiek van de Sovjet-Unie bepaald symbolisch is: colonnes van tractoren bewegen zich over het land, breken de steppe open voor het zaaizaad en voegen op deze wijze een groot deel van het vroeger onbebouwde land toe aan de machinale graanproduktie. En het nieuwe hierin wordt des te duidelijker, omdat onmiddellijk hiernaast het oude staat: naast de tractoren het span ossen, de wagen met drie, vier, zes paarden naast elkaar voorgespannen en zelfs wagens met dromedarissen ervoor; want de bebouwing van de grond was door de langdurige koude vertraagd, en nu drong de tijd [...]

44 van zulke staatsgraanfabrieken (waarvan 6 met elk 22.000 ha, 9 tot 30.000, 9 tot 40.000,

10 tot 50.000 en 10 met meer dan 50.000ha) samen een oppervlakte van 1.653.000 ha zijn reeds gesticht en zijn verenigd in de Sernotrest [graantrust] in Moskou. Hun aantal evenals hun omvang zal in de komende jaren worden vergroot. Meerdere miljoenen hectaren nieuw land zijn daarvoor al aangewezen; in de loop van de tijd zullen als aanvulling naast de graanproduktie ook grote veebedrijven op deze staatsgronden worden opgericht.

Uit: Geurts, P.A.M., e.a., Bronnenboek. De laatste vijftig jaar in teksten en documenten. Amsterdam, 1971, p. 85



terug