Stalin als schrijver

Isaäc Deutscher - één van de eerste en beste Stalin-biografen - schrijft over de manier waaarop Stalin zich schriftelijk uitdrukt:

´Sommige argumenten werden tot vervelens toe herhaald (iets dat trouwe3ns ook de stijl van Lenin kenmerkt) en hij toonde een duidelijke voorliefde voor sombere toespelingen en vergelijkingen die aan een orthodoxe preek deden denken.`

Zijn toespraken - afgezien van het voorgeschreven applaus - lijken sterk op een catechismus, waarbij versimpeling en vereenvoudiging worden toegepast. De tijd die Stalin op het seminarie heeft doorgebracht weerklinkt in een vraag-en-antwoordspel, zoals

Vraag: ´Kan van de nationaal-socialisten gezegd worden dat zij nationalisten zijn?
Antwoord: ´Neen´.

Ook al wist Stalin niets van het onderwerp waar hij over schreef, toch hield hij zich zelf - en anderen! - voor dat hij een groot schrijver en taalkundige was. Hij schroomde niet om schrijvers als Boris Pasternak en Boelganovpersoonlijk zijn oordeel over hun werk en dat van anderen te geven. Zelfs het corrigerende rode potlood wilde Stalin nog wel eens ter hand nemen.

Niet alleen de literatuur werd door Stallin als zijn terrein gezien, maar ook alle wetenschap en dan vooral de linguïstiek, de erfelijkheidsleer en de economsiche theorie. Alles ging onder het stalinistische juk door.
Günter de Bruyn - een zeventwintigjarige bibliotheek hulp in Berlijn - schreef nadat hij de opdracht had gekregen om  een bibliografie van Stalins linguïstisache meesterwerken samen te stellen:
´Als de voorbeeldig geordende titelindex mocht geloven, waren destijds alle takken van wetenschap door dit late werk van de wijze Leider verrijkt of zelfs baanbrekend vernieuwd. De psychologie van de kleuter, de nationale kwestie of de periodenindeling in de literatuurgeschiedenis werd hier "in het licht van Stalins briljante werk..." op geheel nieuwe, kennisverbredende wijze bezien, en hetzelfde gold voor de hoogfrequentietechniek, de chirurgie en de maïscultuur.´

En daarmee had Günter zijn achting voor de keur van academici en hooggeleerden die hieraan hadden megwerkt, voor een groot deel mee verloren.


terug