De volksdemocratie, de een-partijstaat en de dictatuur. De mislukte revolutie van 1905
|
|
De Russisch-Japanse oorlog deed het tsarisme wankelen. Met het schrikbeeld van een massabeweging, boezemde de liberale bourgeoisie de monarchie vrees in door haar oppositie. De arbeiders organiseerden zich onafhankelijk van de bourgeoisie, zelfs tegen haar, in sovjets (raden) die toen voor het eerst ontstonden. De klasse van de boeren kwam over een onmetelijk gebied in opstand om grond te verwerven. Net als de boeren werden ook revolutionaire elementen in het leger aangetrokken naar de sovjets die, op het ogenblik dat de revolutionaire stuwing het sterkst werd, openlijk om de macht streden met de monarchie. Nochtans traden al de revolutionaire krachten voor het eerst naar voren, zij hadden geen ervaring, zij misten zelfzekerheid. De liberalen distantieerden zich zichtbaar van de revolutie zo gauw bleek dat het niet voldoende was de boon te schokken, maar dat hij omver moest. De brutale breuk van de bourgeoisie met het volk maakte het de monarchie gemakkelijk, daar de bourgeoisie ook aanzienlijke groepen van intellectuele democraten met zich meetrok in haar werk van ontbinding in het leger, van uitzoeken van de getrouwe elementen, en van bloedige repressie tegen de arbeiders en de boeren. L. Trotzki, Histoire de la revolution russe. Paris, 1933. p. 31. |