Lyndon Baines Johnson (1908-1973)

Alles wat hem in zijn carriŤre als politicus te stade was gekomen, leek zich in zijn presidentsambt tegen hem te keren. Hij was als senator een zeer behendig opererend senator geweest, die er niet tegen op zag om beloften te doen en vervolgens niet te houden. Als president werd hij daar natuurlijk wŤl aan gehouden.

Hij was net als Truman behept met een overdreven angst voor de rechter vleugel van de Democraten. Johnson was een self-made man, die geen enkel begrip toonde voor andere culturen, zoals de Aziatische. In feite begreep hij geen snars van de ingewikkelde politieke verhoudingen in Vietnam, terwijl hij ook al geen affiniteit had met de lieden afkomstig uit het Oosten van Amerika, die in het State Departement de dienst uitmaken. Om deze en het Pentagon enigszins onder controle te krijgen belegde Johnson telkens weer vergaderingen met zijn adviseurs en verzocht om onderzoeken en analyses, maar zat ook bij de telefoon om bericht te horen dat een actie om "my pilots" terug te halen geslaagd was.

Twee dagen na de moord op Kennedy liet hij aan de Amerikaanse ambassadeur Henry Cabot Lodge, die net voor een bezoek in Washington was, weten dat Lyndon Johnson niet van plan was de oorlog te verliezen en dat de generaals die de coupe tegen Diem hadden gepleegd op de steun van Amerika konden blijven rekenen. In een uitspraak van de NSC kwam dit nogmaals aan de orde en daarmee vormt dit de eerste officiŽle neerslag van zijn beleid, namelijk dat de VS Zuid-Vietnam zouden bijstaan "to win their contest against the externally directed and supported Communist conspiracy." In feite was het een belofte om op de zelfde voet verder te gaan als Kennedy. Maar de vraag was nu juist of dat wel ergens toe zou kunnen leiden door de instabiele toestand in Zuid-Vietnam zelf na de moord op Diem.

Deze instabiliteit bleek ook uit de mate waarin de "strategic hamlets" werden verlaten en de Vietcong het platteland steeds meer controleerde.

McNamara op bezoek in Vietnam constateert dat de Vietcong in staat is een groter percentage van de bevolking aan zich te binden, een groter stuk territorium te veroveren, terwijl het Zuidvietnamese leger meer wapens en soldaten kwijtraakt aan de Vietcong dan hem lief is. Bovendien is de Amerikaanse missie in Saigon verdeeld, waardoor leiderschap in deze moeilijke dagen ontbreekt.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de chefs van staven voor hardere maatregelen pleiten. Generaal Curtis LeMay zegt bijvoorbeeld dat Noord-Vietnam gebombardeerd moet worden. De Domino-theorie komt steeds weer terug in hun pleidooien.

Johnson zit in deze voor een echt "prisoners dilemma": als hij de generaals niet tegemoet komt, dan zullen de conservatieven zeker zijn sociaal binnenlands beleid saboteren. Dus moet hij wel meegaan met hun eisen, die echter naar materiŽle inhoud een bedreiging vormen voor de uitvoering van zijn plannen voor een Great Society. In de verkiezingscampagne van 1964 liet hij geen misverstand bestaan over zijn anti-communistische stellingname. Tegelijk deed hij het voorkomen alsof hij vredelievend was en Barry Goldwater, de Republikeinse opponent, een oorlogszuchtig heerschap. Van de kant van de Democraten werd druk op hem uitgeoefend om een weg uit Vietnam te vinden. 
Uiteindelijk kondigde Johnson op 28 juli 1965 aan dat hij 44 gevechtsbtalajons naar Zuid-Vietnam zou sturen.


terug

 

 

terug